Mediationclausule en bevoegdheid gewone rechter

03 2016
nov

In overeenkomsten zoals een echtscheidingsconvenant of een ouderschapsplan komt regelmatig de bepaling voor dat partijen eventuele geschillen eerst aan een mediator zullen voorleggen voordat een beroep kan worden gedaan op de gewone rechter. De vraag is wat voor gevolg een dergelijke bepaling heeft als een geschil wordt voorgelegd aan de gewone rechter zonder dat eerst een mediationtraject is doorlopen. De rechtbank Overijssel heeft in een vonnis d.d. 25 juni 2014 het verweer verworpen dat eerst de contractuele weg van mediation had moeten worden gevolgd.

“Anders dan in geval van arbitrage of een bindend adviesprocedure, brengt het inschakelen van een mediator niet mee dat als alternatief voor de rechter een door partijen gekozen derde een geschil op een bindende wijze beslist, maar dat gepoogd gaat worden om via bemiddeling tot een minnelijke oplossing van het geschil tussen partijen te geraken. Daarbij blijft de rechter onverminderd bevoegd om kennis te nemen van een geschilpunt, indien hij daartoe door één van partijen wordt geroepen.”

Naar het oordeel van de rechtbank volgt dit ook in dit geval uit de aard en strekking van de betreffende bepaling uit de overeenkomst. Volgens de rechtbank kan het volgen van een mediationtraject louter op basis van vrijwilligheid c.q. bereidheid hiertoe bij partijen bij het geschil, en waar die ontbreekt kan dit niet onbevoegdheid van de rechtbank meebrengen ingeval de ene partij de andere toch in rechte wil betrekken. De rechtbank neemt hierbij in aanmerking het arrest van de Hoge Raad van 20 januari 2006 (ECLI:NL:HR:2006:AU3724), waarin is overwogen dat het partijen, gelet op de aard van het middel mediation, te allen tijde vrij staat om daaraan alsnog hun medewerking te onthouden, dan wel die om hen moverende redenen te beëindigen.

De conclusie is derhalve dat een contractuele mediationclausule de gewone rechter dus niet onbevoegd maakt.